Tien vragen over bijen.
Uitleg: "Bij terugkomst in de bijenkast wordt het suikerhoudende sap uit de honingmaag via de monddelen aan de jongere bijen overgedragen. Terwijl de druppel van bij naar bij beweegt voegen de bijen steeds kleine beetjes speeksel - ook wel secreet genoemd - toe vanuit de kopklieren tijdens het passeren van de slokdarm. In dit speeksel zitten verschillende enzymen."
Uitleg: Voor één pot honing zijn 60 000 bijenvlieguren gemaakt. Niet door één bij natuurlijk maar alle tijd door alle bijen gevlogen is 60 000 in totaal!
Uitleg: In een gezonde bijenkorf leven ongeveer 60.000 bijen tijdens het hoogseizoen in de zomer.
Uitleg: Met de bijendans laat een bij zien waar de nectar is. Ze loopt cirkels en achtjes, en aan de richting weten de anderen welke kant ze op moeten vliegen.
Uitleg: De koningin is de baas van het volk. Zij legt de eitjes. Zonder haar raakt het volk in de soep. Meestal is er maar één koningin.
Uitleg: Een bij is geen wesp! Wespen zijn slanker, hebben geen harige jas en komen graag aan je limonade. Bijen vliegen liever naar de bloemen.
Uitleg: In de winter doen bijen weinig. Ze kruipen dicht tegen elkaar, als één grote warme knuffelbol in de kast.
Uitleg: Als bijen van bloem naar bloem vliegen, nemen ze stuifmeel mee. Dat heet bestuiving. Daardoor groeien er appels, aardbeien en nog veel meer.
Uitleg: De angel is de steeknaald van de bij. Een honingbij kan maar één keer steken, en daarna gaat ze dood. Daarom doen ze het liever niet.
Uitleg: Pollen is geel poeder van bloemen: het eiwit-eten van de bijen. Ze plakken het in bolletjes en stoppen het in een kuiltje aan hun achterpoot, het stuifmeelkorfje.