Een pijnlijke waarheid

Een pijnlijke waarheid... Groningers zijn net mensen

Gastbijdrage door Karel de Bakker, bestuurskundige (UT, 1989)

Karel de Bakker 1 , karel@debee.nl

Op het moment dat er ‘gratis geld’ te krijgen is moet je wel heel principieel zijn om niet bij het loket langs te gaan dat het geld uitdeelt. Te meer daar de buren er ook zijn geweest en ook een aanvraag hebben gedaan. Je bent een dief van je eigen portemonnee indien je de aanvraag niet doet. En als je dát niet zelf bedenkt dan herinnert je omgeving jou daar wel aan.

Tot zover het ‘typische’ gedrag van Nederlanders (en misschien wel mensen in het algemeen). Groningers vormen hierop kennelijk geen uitzondering.

Dit gedrag knaagt aan gelijkheid, rechtmatigheid, zorgvuldigheid, kortom aan diverse beginselen over hoe de overheid met mensen (en mensen met elkaar) om zouden moeten gaan. Logisch dus dat er verontwaardiging ontstaat. Maar er is meer.

De problematiek in Groningen is niet te begrijpen vanuit alleen de hebberigheid van Groningers en de geotechniek van trillingen en grondversnellingen. Juridische - , politieke - en economische aspecten, sociale aspecten en de historie van de gaswinning en schadeafhandeling zijn minstens zo belangrijk om te begrijpen waarom het in Groningen gaat zoals het gaat.

NAM heeft jarenlang gas gewonnen zonder dat er consequenties werden verbonden aan de gevolgen ervan. Schade door gaswinning is moeilijk te bewijzen, en verder was Shell Legal in een eventuele civiele rechtszaak altijd veel sterker (kapitaalkrachtiger) dan welke schademelder dan ook. Ook in de tijd van de opvolger, het CVW, was het nauwelijks mogelijk om een fatsoenlijke schadevergoeding (betaald door NAM) te ontvangen. In 2018 veranderde dat met de komst van het bewijsvermoeden en de overname van de schadeafhandeling door de overheid. Maar daarmee sloeg de slinger door naar de andere kant. Schade door gaswinning is immers moeilijk te bewijzen, maar vanaf nu was het vertrekpunt dat de schade mijnbouwschade was, veroorzaakt door gaswinning. En ook het tegendeel (namelijk, dat het geen mijnbouwschade is), is niet eenvoudig te bewijzen.

Dat is vragen om moeilijkheden.

De overheid (eerst TCMG, later IMG) start in 2018 met het afhandelen van schades onder de verruimde regeling aan de randen van het gebied. Dat was bewust beleid. En hoewel begrijpelijk vanuit het gezichtspunt van ‘eerst ervaring opdoen met de werkwijze bij de eenvoudige gevallen’, is juist aan de randen van het gebied de relatie tussen mijnbouw en schade moeilijker vast te stellen (of te ontkrachten) dan in de kern van het gaswinningsgebied. Het beleid van IMG werd daarmee een aanjager voor mensen in het buitengebied om schade te melden. De Wet van Say (‘elk aanbod schept zijn eigen vraag’) in de praktijk zogezegd. IMG kreeg het steeds drukker met schades, waarbij het steeds minder tijd overhield voor de echte schadegevallen in het kerngebied, waar naast schade vaak ook sprake was van versterking.

Versterking is overigens een ander overheidsloket (NCG) dan schade. De chaos compleet, zeker toen gedurende de jaren 2018 tot 2022 de twee loketten onder verschillende ministeries (Economische Zaken 2 en Binnenlandse Zaken) vielen. Intussen vallen beide loketten onder één ministerie, maar wordt de samenwerking nog steeds ad-hoc (op dossierbasis) georganiseerd.

TCMG (IMG) had in het begin moeite met het vaststellen van een aannemelijke grens van wat nog mijnbouwschade kon zijn en gaf een Panel van Deskundigen de opdracht om dat vast te stellen. Het panel kwam in 2019 met de grens van 2 mm/s, en die waarde bepaalde het gebied waarbinnen schade aangenomen werd mijnbouwschade te zijn, tenzij anders bewezen. Die 2 mm/s grens is een tamelijk ruime grens en ze definieert het huidige gebied dat loopt tot in Friesland en Drenthe.

Een kanttekening hierbij: de geotechnische problematiek in Groningen betreft mijnbouwschade, geen aardbevingsschade. Naast dat er schade aan een woning kan ontstaan door trillingen als gevolg van gaswinning kan er ook schade ontstaan door bodemdaling (diep en ondiep) en door veranderingen in de bodem (liquefactie) en het grondwater (niveau, stroming). Gaswinning (in sommige gebieden in combinatie met zoutwinning) kan de oorzaak zijn van genoemde gebeurtenissen, en de gebeurtenissen kunnen ook gezamenlijk optreden en elkaar versterken.

Om een goed schadebeeld te krijgen zou je naast genoemde gebeurtenissen de situatie van de woning door de jaren heen moeten beoordelen en vastleggen, inclusief informatie over eerdere bevingen en andere relevante gebeurtenissen. En tenslotte moet je de constructieve kenmerken van de woning kennen en meenemen in de beoordeling. Een integrale of holistische benadering zogezegd. Deze integrale benadering is zowel door de ingenieurs van NAM, TNO en TUD als door IMG nooit toegepast. Zij werken vanuit een model en focussen eigenlijk altijd op één geïsoleerde oorzaak en proberen vandaaruit alles te verklaren.

Het is bijzonder om te blijven horen dat volgens de modellen dingen niet kunnen die wel zijn waargenomen:

  • seismograaf en accelerometer bij Woldendorp registreert weinig. Maar ja, die staat naast de wierde, de historisch gegroeide verhoging waarop de oude kern staat. Schijngrondwaterspiegels, stapels opgeworpen zand, veen, klei. Een grote drilpudding. Vrijwel alle woningen op de wierde onbewoonbaar....
  • in de kelder in t Zandt liggen de klinkers los. Als je ze optilt, is er een holte onder. Zand is weg. In de sloot verderop: zandvulkaantjes. Liquefactie! Maar kan niet volgens de modellen.
  • bewoners horen een rommelend geluid en een knal op wat grotere afstand van een beving. Waarschijnlijk afhankelijk van de richting waarin de golven aankomen in relatie tot de orientatie van overgangen in de ondiepe ondergrond.
  • het patroon van de seismische golven aan het oppervlak missen bepaalde componenten.
  • huizen en boerderijen in Groningen zijn veelal 'op staal' gebouwd of gefundeerd in een sterk wisselende ondergrond. Geen harde trilplaat. Allemaal waarnemingen. Niet op modellen gebaseerd en daar niet goed mee te verklaren. Hebben ze daarom niet plaatsgevonden? Of hebben we een kans gemist meer te leren van goede waarnemingen?

Bron: LinkedIn, reactie op het artikel ‘de Correspondent’, 4 april 2026., Bernd Andeweg docent aardwetenschappen at Vrije Universiteit, faculteit beta-wetenschappen, afdeling Aardwetenschappen

Ook de deskundigen die de schades opnemen blijken net mensen te zijn. Ze gaan zich gedragen naar dat ze worden afgerekend. En als IMG de (op zichzelf redelijke) regel hanteert dat de vergoeding voor schadeopname afhankelijk is van de omvang van het op te nemen object (woning of boerderij), en dat het aantal schades daarvoor een goede indicator is, dan ligt het voor de hand dat schade-deskundigen het aantal schades gaan maximaliseren. 3 Dat moet overigens voor hen een rare gewaarwording zijn geweest. Dezelfde deskundigen 4 die voorheen de instructie kregen om schades af te wijzen als mijnbouwschade, kregen nu van IMG (weliswaar indirect) de opdracht om zoveel mogelijk schade als mijnbouwschade te erkennen. De ‘deskundigen’ hadden er kennelijk geen moeite mee.

De overheid schuldbewust, het geheugen van Groningers vol met ervaringen over het onfatsoenlijke gedrag van NAM en de bedrijven eromheen in de periode tot 2018. 200 miljoen euro aan onderzoek, grotendeels betaald door NAM. Als de conclusie uit het onderzoek zou zijn dat gaswinning de oorzaak is van de schade, dan komt de rekening voor vergoeding van de schade bij NAM te liggen. Het is niet vreemd te veronderstellen dat er hier en daar mogelijk wat bijsturing heeft plaatsgevonden op het formuleren van de onderzoeksvragen, het selecteren van de onderzoeksliteratuur en de empirische gegevens 5 , en het herformuleren van conclusies. Dat zijn subtiele processen, maar ze zijn de moeite waard voor de opdrachtgever.

Vergoeding voor materiële schade, vergoedingen voor immateriële schade en voor waardedaling, de waardevermeerderingsregeling, subsidie voor verduurzaming en voor isolatie. Tot op zekere hoogte zijn ze aan elkaar gekoppeld, dus de vergoeding kan aardig oplopen. Bij de afhandeling van de Toeslagenaffaire is een vergelijkbaar patroon te zien. Diverse regelingen voor diverse deelproblemen. Dat is hoe de overheid de fouten herstelt die ze zelf heeft veroorzaakt. Maar omdat dat herstel aan diverse bestuurlijke en bestuursrechtelijke eisen moet voldoen, vliegt de goedbedoelde operatie compleet uit de bocht. De al eerder genoemde gelijkheid, rechtmatigheid, zorgvuldigheid en de motivering moeten in orde zijn. Gevolg: trage afhandeling door verplichte controles, of snelle afhandeling waarbij burgers ‘kansen zien’. Een aanvraag voor een schadevergoeding is als een lot voor de loterij: het lot is gratis en als je geluk hebt dan kom je door de controle en is het prijs. En als je als overheid geen (of hele ruime) controlecriteria benoemt, dan heeft iedereen prijs.

Eigenlijk is er maar een conclusie mogelijk: als overheid moet je voorkomen dat een situatie als de Toeslagenaffaire of het gasdossier Groningen ontstaat, want als je moet repareren wat fout is gegaan dan kan je het als overheid nooit goed doen.

Terug naar het artikel van ‘de Correspondent’. De verbinding die in het artikel wordt gelegd tussen zwakke trillingen die geen schade kunnen veroorzaken en burgers die misbruik maken van de schaderegelingen is te simpel. Het gaat voorbij aan de geotechnische complexiteit van de Groninger bodem, politieke en financiële kleuring en sturing van de onderzoeken naar mijnbouwschade (geen aardbevingsschade!), de historie van de schadeafhandeling, de onmacht van de overheid om dit soort problemen op te lossen en het (niet zo hoogstaande, maar wel verklaarbare) gedrag van alle burgers op wie een gratis zak geld ligt te wachten.

Tenslotte: dit betoog is geen betoog voor afschaffing of inperking van de omgekeerde bewijslast of, zoals het in de Groningse situatie heet: het bewijsvermoeden. Integendeel: het invoeren van de omgekeerde bewijslast in heel Nederland zou op termijn wel eens veel problemen kunnen voorkomen. Nu is het namelijk zo dat een operator in beperkte mate de kans op schade meeneemt in de afweging om al dan niet te investeren in de winning van grondstoffen. Op het moment dat de operator zeker weet dat hij aansprakelijk is voor de schade, dan zal zijn afweging en zijn gedrag anders worden. Mogelijk dat hij besluit om niet te investeren 6 , mogelijk dat de operator voorzorgsmaatregelen gaat treffen in de vorm van bijvoorbeeld nulmetingen, intensieve monitoring, zorgvuldige winning en zorgvuldige winningsplannen, maatregelen die veel verder gaan dan wat SodM 7 nu kan afdwingen.

De aansprakelijkheid voor schade door mijnbouw, in Nederland geregeld via het Burgerlijk Wetboek, geeft operators nu te veel ruimte om aan die aansprakelijkheid te ontsnappen. Een risicoafweging vooraf, afgedwongen door de omgekeerde bewijslast, kan dat voorkomen. Daarmee zijn niet alle toekomstige problemen opgelost en ja, een overgangsregeling is absoluut noodzakelijk, maar als je dat allemaal niet wilt (zoals bijvoorbeeld de Raad van State 8 ), dan is het wachten op toekomstige mijnbouw-probleemdossiers. 9


1 Dr. Karel de Bakker is bestuurskundige (UT, 1989). Hij werkte onder andere voor de Nationaal Coördinator Groningen (NCG), voor de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) en voor het Gasberaad. Daarnaast publiceerde hij samen met anderen over rechterlijke uitspraken in het kader van mijnbouwschade en over de toepassingsmogelijkheden van mediation in Groningse schade- en versterkingsdossiers.

2 Net als bij de afhandeling van de Toeslagenaffaire (door het Ministerie van Financiën) kan je je afvragen of het afhandelen van schade en versterking door het Ministerie van Economische Zaken wel zo voor de hand ligt. Beide ministeries zijn immers ook de belangrijkste veroorzakers van de schade.

3 Zie https://dvhn.nl/groningen/schadebureaus-verdienen-miljoenen-in-aardbevingsgebied-barst-in-de-ruit-twee-keer-genoteerd-een-keer-van-binnen-en-een-keer-van-buiten-48819631.html

4 Deskundigen die tot 2018 werkten in opdracht van CVW en NAM, werkten vervolgens voor TCMG (nu IMG). De bedrijven CED (de ene aandeelhouder van CVW) en 10BE (een samenwerking van 10 bedrijven die eerder voor CVW en NAM werkten) waren en zijn nog steeds toonaangevend in de schadeafhandeling. Bedrijven uit 10BE (Archipunt, EBN) alsmede Arcadis (de andere aandeelhouder van CVW) zijn daarnaast betrokken als deskundige bij de versterking (zie website NCG). Een pijnlijke waarheid...voor de overheid.

5 Een beving van 4. 4 Schaal van Richter in 2004, waarschijnlijk als gevolg van gaswinning, in Rotenburg (Dld) in hetzelfde gesteente (Rotliegend) als in Groningen (maar op 5 km diepte, dus minder schade) leidde indertijd niet tot een verhoging van het dreigingsniveau voor Groningen. Dat bleef staan op 3.0 (max. 3.5). Zie ook het tekstkader met de reactie van Andeweg op het artikel van ‘de Correspondent’.

6 NAM heeft aangegeven voor zichzelf geen taak te zien bij een eventuele heropening van het Groningenveld. Dat kan duiden op een financiële afweging (het risico van winning is te groot). Overigens is het niet uitgesloten dat andere motieven (b.v. politiek, imago) 7 ook een rol spelen.

7 SodM: Staatstoezicht op de Mijnen, de toezichthouder op mijnbouwactiviteiten in Nederland.

8 Advies van de Raad van State, 25 november 2024, advies naar aanleiding van een motie in de Tweede Kamer (TK 33529, 1219) 9 door Beckerman/Bushoff

9 Het eerste probleemdossier heeft zich alweer aangediend: https://eenvandaag.avrotros.nl/doe-mee/wordt-drentse-aardbevingsschade-ook-vergoed-zoals-bij-gasveld-groningen-jullie-vragen-beantwoord-163104